Ploeteren door de modder voor een groots uitzicht over Loch Ness
Sommige bergen beklim je vanwege hun hoogte, andere vanwege hun reputatie. En dan zijn er bergen die vooral betekenis krijgen door de plek waar ze liggen. Meall Fuar-mhonaidh behoort voor ons duidelijk tot die laatste categorie. Met zijn 699 meter is het bepaald geen reus tussen de Schotse bergen, maar zijn geïsoleerde ligging aan de westzijde van Loch Ness maakt hem tot een fantastische uitkijkpost over een van de indrukwekkendste landschappen van de Highlands.
Een naam om je tong over te breken
Meall Fuar-mhonaidh. Alleen de naam is al een kleine uitdaging. Wie geen Gaelic spreekt, krijgt hem waarschijnlijk niet zonder enige oefening uit zijn strot. Vrij vertaald verwijst de naam naar een koude of kale heuvel in het veen- of heidelandschap. Een naam die, wanneer je eenmaal boven de boomgrens bent, eigenlijk verrassend goed bij het landschap past.
Voor ons heeft deze berg bovendien een bijzondere, bijna symbolische waarde. Niet omdat hij de hoogste of zwaarste van de Highlands is, maar vanwege zijn ligging boven Loch Ness en het Great Glen.
Vanaf de top kijk je bij helder weer vrijwel in de lengterichting over Loch Ness, met in het zuiden de bergen richting Fort William en Ben Nevis en in noordelijke richting Inverness en zelfs de Moray Firth.
En juist dat maakt deze relatief bescheiden berg zo aantrekkelijk.
Van vriendelijk bos naar open Highlands
Het begin van de wandeling doet nog nauwelijks vermoeden wat later zal volgen. De gebruikelijke beklimming vanuit de omgeving van Bunloit begint vriendelijk. Een duidelijk pad voert langs een beek en vervolgens door berken- en hazelaarbos omhoog. Het is groen, beschut en bijna lieflijk.
Langzaam verandert het karakter van de wandeling.
De bomen worden schaarser en uiteindelijk maakt het bos plaats voor het open Schotse landschap. Vanaf dat moment krijgen wind, water en veen vrij spel. Achter ons verschijnt voor het eerst een stukje van Loch Ness en naarmate we hoger komen, wordt het uitzicht steeds groter.
Voor ons ligt Meall Fuar-mhonaidh.
Op papier ziet het er allemaal overzichtelijk uit. Een wandeling van ongeveer tien kilometer, een goede vijfhonderd hoogtemeters en een top die met 699 meter bepaald niet intimiderend hoog is. Normaal gesproken cijfers waar we niet direct zenuwachtig van worden.
Maar cijfers vertellen in Schotland lang niet altijd het hele verhaal.
Waar het pad langzaam in een moeras verandert
Al snel blijkt waarom beschrijvingen van deze wandeling regelmatig één woord benadrukken: boggy.
Modderig dus.
Niet een beetje modder langs de rand van het pad, maar van die Schotse veenmodder waarbij iedere stap voorafgegaan wordt door een kleine risicoanalyse.
Links?
Te nat.
Rechts dan?
Nog dieper.
Misschien via dat graspolletje?
Dat ziet er stevig uit, totdat je voet er volledig in verdwijnt.
Vanaf dat moment verandert wandelen bijna in puzzelen. We zoeken voortdurend naar stenen, stevige pollen gras en de minst slechte doorgang door het drassige terrein. Af en toe wijken we meters van het eigenlijke pad af, om even later te ontdekken dat het alternatief nauwelijks beter is.
Walkhighlands geeft de route niet voor niets een Bog Factor van vier op vijf (Seriously boggy) en beschrijft vooral de hogere delen als ruw, geërodeerd en drassig.
Het tempo zakt.
Niet omdat de klim zo steil is, maar omdat iedere meter aandacht vraagt.
En toch is het moeilijk om je eraan te ergeren. Dit hoort bij Schotland. Bij dit landschap. Bij wandelen in de Highlands.
De beloning ligt boven
Naarmate we hoger komen, begint Loch Ness steeds nadrukkelijker het landschap te bepalen. Het beroemde meer strekt zich diep beneden ons uit en lijkt met iedere gewonnen hoogtemeter langer te worden.
De laatste honderd hoogtemeters zijn duidelijk steiler. Het pad trekt omhoog naar een cairn die aanvankelijk de indruk wekt dat we de top hebben bereikt.
Maar zoals wel vaker in de bergen blijkt ook hier de eerste top niet de echte top te zijn.
Nog even verder.
Een kleine afdaling, opnieuw omhoog en uiteindelijk bereiken we het hoogste punt van Meall Fuar-mhonaidh op 699 meter.
En dan begrijp je waarom je hierheen bent gekomen.
Vanaf deze plek ligt een groot deel van het Great Glen aan onze voeten.
Loch Ness vormt een langgerekt donker lint tussen de bergen. Bij goede omstandigheden reikt het zicht zuidwaarts richting Fort William en Ben Nevis en noordwaarts richting Inverness.
Het Great Glen is bovendien veel meer dan alleen een mooi dal. Onder ons loopt de Great Glen Fault, een enorme geologische breukzone die ongeveer 400 miljoen jaar geleden ontstond tijdens de Caledonische gebergtevorming. Veel later schuurden gletsjers tijdens de ijstijden de bestaande zwakke zone verder uit en gaven zo mede vorm aan het landschap waarin tegenwoordig Loch Ness, Loch Oich en Loch Lochy liggen.
Vanaf een bergtop wordt zo’n verhaal ineens zichtbaar: je kijkt niet alleen naar een mooi landschap, maar je kijkt ook naar honderden miljoenen jaren geologische geschiedenis.
Tien kilometer die veel langer aanvoelden
Zoals ik al eerder aanhaalde, krijg je Meall Fuar-mhonaidh nauwelijks uit je strot. Toch heeft deze berg voor ons een symbolische waarde. Niet alleen vanwege het uitzicht vanaf de top, maar vooral omdat je hier uitkijkt over het Great Glen, dat zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in het ontstaan en de vorming van de Schotse Highlands.
En juist daarom wilden we deze top bedwingen.
Wie alleen naar de cijfers van deze wandeling kijkt, zal zich waarschijnlijk afvragen waar je je druk over maakt. Ongeveer tien kilometer en zo’n vijfhonderd hoogtemeters: normaal gesproken geen afstand waar we een volledige wandeldag voor nodig hebben.
Maar ik kan me nauwelijks herinneren dat we ooit zo lang over tien kilometer en vijfhonderd hoogtemeters hebben gedaan.
De reden lag letterlijk onder onze voeten.
De paden bestonden op grote delen vooral uit modder. Niet gewoon een paar plassen waar je omheen loopt, maar diepe, zuigende veengrond waarbij we voortdurend moesten zoeken naar de beste manier om vooruit te komen. Het uitzoeken van de juiste route door, langs of over de modder kostte soms bijna meer tijd dan het wandelen zelf.
Steen zoeken.
Graspol testen.
Stap zetten.
Constateren dat die graspol toch minder stevig was dan gedacht.
Voet uit de modder trekken.
Volgende poging.
Het leverde onderweg ongetwijfeld een paar weinig elegante bewegingen op, maar tegelijkertijd hoort juist dat geklungel achteraf bij de herinnering aan zo’n wandeling.
Op de terugweg wacht hetzelfde terrein natuurlijk opnieuw. De helling is nu naar beneden gericht en natte stenen, veen en gladde stukken vragen minstens zoveel concentratie als tijdens de klim. Haast maken heeft geen zin.
Maar uiteindelijk verschijnt het bos weer.
De grond wordt steviger, de passen langer en langzaam laten we het open berglandschap achter ons.
Wanneer we uiteindelijk terug zijn, voelen die ongeveer tien kilometer in de benen alsof het er aanzienlijk meer zijn geweest.
Toch overheerst maar één gevoel: dit was er eentje om nooit meer te vergeten!
Niet vanwege een recordafstand, extreme hoogte of technische moeilijkheid.
Juist niet.
Meall Fuar-mhonaidh bewees opnieuw dat de beleving van een berg zich nauwelijks in kilometers en hoogtemeters laat uitdrukken.
Een onuitspreekbare naam, een overdosis modder en een tempo waar geen wandelrecord mee gebroken zal worden.
Maar daartegenover stond dat magistrale uitzicht over Loch Ness en het Great Glen.
En daarvoor zakken we graag nog een keer tot onze enkels in de Schotse modder.
“Haste ye back”






Ervaringen en reacties
Heb je deze route gevolgd? Deel je ervaring of stel een vraag.
Er zijn nog geen reacties. Deel als eerste jouw ervaring.